
Goddelijk slapen als je zeven dagen wandelt

Een wit landhuis met een weids uitzicht
Langzaam klauteren we over de steile beboste helling naar boven. De laatste stralen zonlicht van deze wandeldag vallen door de groene bladeren. Zo bereiken we de open weide waar de heuvels van de Apennijnen zich als een zee van groene golven onder ons uitstrekken. De zon geeft ze een gouden glans. Vogels zingen en voor ons duikt het witte 19de-eeuwse landhuis van B&B Prati di Mugnano op: het einddoel van onze eerste wandeldag over de Godenweg.

B&B Prati di Mugnano ligt op een heuvel net buiten Sasso Marconi. Hier ontvangt het echtpaar Marchi hun gasten: met twee ruime en mooi ingerichte studio’s (inclusief keukentje), zelfgemaakte wijn en olijfolie en voor liefhebbers een barbecue op het erf. Eten kan ook bij Trattoria Ganzole of de restaurants van Sasso Marconi. De bed-and-breakfast ligt direct aan de Godenweg en wandelaars zijn zonder uitzondering enthousiast over deze accommodatie die op ongeveer veertien kilometer van Bologna ligt. En terecht.



Slapen op de Berg van Jupiter
‘Welkom in Monzuno, wandelaars van de Godenweg’. Met een groot spandoek verwelkomt Monzuno vermoeide wandelaars. Het bergdorpje ligt hoog en de weg ernaar toe is verhard, maar daardoor niet minder steil. Tijd voor verse pasta, goede wijn en lekkere bedden. Om dit alles staat Albergo Ristorante Monte Venere bekend. Het kleine berghotel met zijn zachtgele muren, houten balkons en rode zonneluifels staat middenin het kleine dorp en wordt gerund door Christian, de vriendelijkste man van Monzuno.

Monzuno is het eerste dorp waar de Godenweg doorheen loopt en de naam betekent letterlijk Mons Zuno: Berg van Jupiter. In de Tweede Wereldoorlog was Monzuno het hoofdkwartier van de Partizanen en werd er hevig gevochten. De oude Italiaanse mannetjes die elke ochtend koffie drinken in het barretje van Albergo Monte Venere kennen dit verleden, maar verder is er weinig meer van te zien. Vergeet niet een Spritz te drinken bij Bar Posta en vergaap je aan de honderden espressokopjes.



Eten bij Elisa
Via weides met kastanjebomen, beboste heuveltoppen en grindpaden met een weids uitzicht loopt de Godenweg naar Madonna dei Fornelli: Deze verzameling huizen is ontstaan als vakantieoord voor stedelingen uit de buurt die ’s zomers de warmte ontvluchtten. Het witte kerkje steekt boven de vrolijk gekleurde huizen uit, die tegen een helling zijn gebouwd. Rondom de kerk ligt een aantal hotels en restaurants waar wandelaars van de Godenweg als helden worden ontvangen. Een daarvan is B&B Romani.. .

Hier verzorgt Elisa vier knusse – redelijk eenvoudige – kamers en schotelt zij haar gasten ’s avonds een uitgebreid diner voor. Aan een lange tafel genieten we van lokale gerechten en wijnen en wisselen – in het Italiaans, dat wel – ervaringen uit met andere wandelaars. In de zomer is er een klein zwembad en er is een tuin waar wandelaars die kamperen hun tent kunnen opzetten. Na een goed ontbijt zwaait Elisa al ‘haar’ wandelaars de volgende ochtend weer uit.

Kamperen op een historische pas
Je leest het goed: Een deel van de Godenwegwandelaars kampeert onderweg. Dat is goedkoop, idyllisch en gezellig. Het nadeel is dat je honderdtwintig kilometer met een volledige kampeeruitrusting op je rug loopt (tenzij je je bagage laat vervoeren door de sympathieke organisatie Appenino Slow). Een mooi compromis vormt een stacaravan op een camping, zoals Camping la Futa. Vlakbij de historische Passo della Futa – beroemd om zijn oldtimertochten – ligt deze camping die zowel stacaravans als veel ruimte voor tenten biedt.

Daarnaast is er een zwembad, een pizzeria en word je als wandelaar op een goed ontbijt getrakteerd: croissants gevuld met crème of chocolade, verse jus d’orange en cappuccino. De camping is ruim opgezet en de stacaravans zijn redelijk goedkoop, schoon, goed onderhouden en hebben een veranda. Vanaf daar geniet je niet alleen van het campingleven, maar ook van het uitzicht over de Toscaanse heuvels met cipressen en landhuizen.

Slapen naast een middeleeuwse familiekapel
Veel wandelaars die de Godenweg in zeven dagen lopen, overnachten in San Piero a Sieve: een levendige plaats met veel restaurants, smalle straatjes en kleine pleintjes. Maar wie de Godenweg vijf kilometer verder volgt, arriveert in Tagliaferro: een verzameling oude boerderijen die door de tijd vergeten lijkt te zijn. Des te groter is de verrassing dat een van deze grote houten deuren een prachtige – en enigszins moeilijk te vinden – accommodatie verbergt: Fattoria di Tagliaferro.

Dit enorme donkerrode landhuis bestaat uit een doolhof van gangen, middeleeuwse vertrekken, stijlvol ingerichte slaapkamers en – diepverborgen in het huis – de familiekapel waar eeuwenlang diensten werden gehouden. Gastheer en –vrouw zijn Jacopo en Elisabeth. Zij nodigen hun gasten graag uit om ’s avonds gezamenlijk aan een lange tafel te dineren (ook in je wandelkleding). Een overnachting in Fattoria voelt als een reis terug naar de tijd van de invloedrijke de’Medici-familie.


Blik op Florence
Aan alles komt een einde: ook aan een honderdtwintig kilometer lange wandeltocht. Maar voor je de drukte van Florence binnenwandelt, geniet je eerst uitgebreid van het uitzicht over La Bella. De laatste wandeldagen duikt de Toscaanse hoofdstad voortdurend op tussen bomen en struiken en glinstert verleidelijk in de verte. Een van de mooiste terrassen met uitzicht over Florence is dat van het okergele Hotel Ristorante Dino in het kleine dorp Olmo.

Het terras, de eetzaal en veel slaapkamers in dit familiehotel bieden een prachtig uitzicht over fruitbomen, wijngaarden, dromerige landhuizen en de groene heuvels die Florence omringen. Wandelaars zijn van harte welkom en vanuit het restaurant – typisch Toscaanse gerechten – duik je zo je bed in. Dat scheelt weer een paar meter, want die loop je op de laatste wandeldag van Olmo naar Florence nog genoeg. Maar wie de Dom van Florence bereikt, heeft geslapen op plekken waar goden slechts van kunnen dromen.

